In De meest voorkomende fouten zijn: het geneesmiddel

In de Nederlandse ziekenhuizen (macroniveau) wordt gebruik
gemaakt van het veiligheidsmanagementsysteem (VMS) om de patiëntveiligheid te
waarborgen. De VMS-thema’s bieden handvatten om continu risico’s te signaleren,
verbeteringen door te voeren, beleid vast te stellen, te evalueren en aan te
passen. Dit is de verankering van de patiëntveiligheid in de praktijk (Nivel,
2016). De VMS maakt gebruik van tien thema’s. Deze thema’s zijn opgesteld aan
de hand van het patiëntveiligheidsonderzoek van NIVEL en EMGO (VMS, 2009). Het
VMS is opgezet in 2007 met als doel om vermijdbare onbedoelde schade en sterfte
in de Nederlandse ziekenhuizen voorkomen/verminderen.

1.1.1 Thema

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

Een van de thema’s is de high risk medicatie. Hiervoor is
een gids opgesteld voor het toedienen en gereedmaken van parenteralia in de
praktijk. Hierin staat onder andere beschreven de processtappen van het
klaarmaken en toedienen in acute en niet-acute situatie van parenterale
medicatie. Deze stappen zijn opgesteld door experts op basis van de beschikbare
literatuur, bestaande richtlijnen en nationale ‘good practices’ (VMS, 2009).
Het doel van het thema is het reduceren van medicatiefouten bij het proces van
klaarmaken en toedienen van parenterale geneesmiddelen waardoor schade aan de
patiënt wordt voorkomen (Nivel, 2012; VMS, 2009). Veel incidenten in de zorg
zijn gerelateerd aan medicatie (CMR, 2014). De meeste incidenten vinden plaats
bij de parenterale medicatie, dit zijn geneesmiddelen die worden geïnjecteerd.
De fouten kunnen worden gemaakt bij he voorschrijven, klaarmaken of het
toedienen.

1.2 Praktijk

Uit landelijk onderzoek blijkt dat ongeveer veertig procent
van alle fouten die in ziekenhuizen worden gemaakt, gerelateerd zijn medicatie.
Hierbij wordt 45% van de fouten gemaakt bij het klaarmaken of toedienen van de
medicatie (Smulders, Verweij, Maaskant & Vermeulen, 2015). Uit onderzoek
van het centrale medicatie-incidenten registratie (CMR) werden er in 2014
16.838meldingen van medicatiefouten gemaakt. Hiervan was 31% gemaakt bij het
toedienen en 5% bij het klaarmaken. De meest voorkomende fouten zijn: het
geneesmiddel niet geven, de medicatie op een onjuist tijdstip geven en een
verkeerde dosis bij het klaarmaken (CMR, 2014).

 

Hoofdstuk 2: VMS High Risk medicatie

In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op het VMS-thema
‘high risk medicatie’. Er wordt hier uitgelegd waarom dit VMS thema belangrijk
is voor de gezondheidszorg.

2.1 High risk medicatie

De risico’s van high risk medicatie zijn te verdelen in de
risico’s bij het klaarmaken en bij het toedienen. Het klaarmaken van medicatie
is geen hoofdtaak voor verpleegkundigen en wordt dan ook vaak gedaan door de
apotheekmedewerkers. Echter zijn de apotheekmedewerkers niet 24 uur per dag
aanwezig en moeten verpleegkundigen regelmatig zelf de medicatie klaarmaken.
Veel voorkomende fouten bij het klaarmaken van parenteralia zijn:

–         
Een verkeerd geneesmiddel klaarmaken

–         
Een verkeerde dosis gereedmaken

–         
Rekenfouten

–         
Oplosfouten

–         
Onvoldoende hygiënische voorzorgsmaatregelen

–         
Geen controle door een tweede persoon (VMS, 2009)

De meeste medicatiefouten vinden plaats bij het toedienen
van parenteralia. Dit is veelal het te vroeg, te laat of het niet toedienen van
de medicatie. Gevolgd door de verkeerde dosering, onjuiste medicament of
verkeerde toedieningswijze.

2.2 Stappenproces

Om deze fouten te kunnen voorkomen heeft de VMS een
stappenplan opgesteld.

2.2.1 Werkwijze klaarmaken parenteralia

Volgens de praktijkgids van de VMS (2009) moet het
klaarmaken van parenteralia gebeuren in negen stappen. Het klaarmaken wordt
gedaan door een medewerker die hier bevoegd en bekwaam voor is.

Stap 1: Controleren van het voorgeschreven geneesmiddel

Voor het klaarmaken dient eerst de opdracht zorgvuldig
gelezen te worden. De bereider controleert hoe het geneesmiddel moet worden
klaargemaakt, in welke hoeveelheid en in via welke toedieningsweg. Ook wordt de
houdbaarheid en oplossings-/verdunningsmogelijkheden gecontroleerd. Dit wordt
gedaan aan de hand van het geldende protocol of richtlijn van de instelling.

Stap 2: Maken en invullen van het toedienetiket

Het toedienetiket dient vooraf het klaarmaken ingevuld te
worden aan de hand van het protocol. De informatie die op het etiket ingevuld
moet zijn:

–         
Datum en tijd dat het geneesmiddel is
klaargemaakt.

–         
Naam van het geneesmiddel conform de
medicatieopdracht

–         
Sterkte van het klaargemaakte geneesmiddel

–         
Naam en hoeveelheid van het verdunningsmiddel
(indien van toepassing) in het klaargemaakt geneesmiddel

–         
Houdbaarheid

–         
Plaats voor twee parafen.

Stap 3: Berekenen van de benodigde hoeveelheid

In vele gevallen is een berekening nodig, bijvoorbeeld
hoeveel ampullen of flacons er nodig zijn. De berekening dient dan om de juiste
sterkte en hoeveelheid te verkrijgen.

Stap 4: Desinfecteren van handen en werkblad

De hygiëne en desinfecteervoorschriften moeten worden
opgevolgd om de kans op microbiologische contaminatie te voorkomen. Hierom is
het van belang om de handen te desinfecteren volgens de WIP richtlijn
‘handhygiëne medewerkers’. Het werkblad te reinigen, bij voorkeur wordt er
gewerkt in de laminar airlow (LAF) kast. Ook moet er schone werkkleding en
disposable handschoenen gedragen worden (WIP, 2012).

Stap 5: Verzamelen en klaarleggen van de benodigde materialen

De verschillende materialen die nodig zijn voor het
klaarmaken, geneesmiddel, oplosmiddel, toedienetiket, spuiten, naalden etc.,
worden klaargelegd op het schone werkblad. Voor het klaarmaken word het handboek
parenteralia of het protocol geraadpleegd voor juiste materialen en werkwijze.

Stap 6: Klaarmaken van het geneesmiddel

Het klaarmaken bestaat uit een paar belangrijke maar
risicovolle stappen. Fouten die gemaakt kunnen worden zijn bijvoorbeeld: het
verkeerde geneesmiddel, het verkeerd klaarmaken, de verkeerde berekening. Om
fouten te voorkomen wordt aangeraden om het handboek parenteralia te volgen,
maak het geneesmiddel voor één patiënt om verwisseling te voorkomen. Bewaar de
flacon/ampul zodat de tweede controle kan worden uitgevoerd.

Stap 7: Paraferen van he toedienetiket

De bereider zet direct na het klaarmaken een paraaf op het
toedienetiket.

Stap 8: Controleren door tweede persoon

De bereider vraagt voor een tweede controle bij een collega.
De collega controleert of het klaargemaakte geneesmiddel klopt aan de hand van
de medicatieopdracht, juiste geneesmiddel (lege ampullen/flacons), de
houdbaarheid, juiste berekening, juiste oplosmiddel, juiste hoeveelheid
verdunningsmiddel, juiste toedienetiket.

Stap 9: Paraferen van het toedienetiket

Als al het bovenstaande gecontroleerd is, wordt de tweede
paraaf gezet. Als er een fout is gemaakt dan wordt het geneesmiddel vernietigd.

2.2.2 Werkwijze toedienen parenteralia

Volgens de praktijkgids van het VMS (2009) dient het
toedienen van parenteralia te gebeuren in acht stappen. Dit wordt uitgevoerd
door een medewerker die hier bevoegd en bekwaam in is.

Stap 1: Controleren van het voorgeschreven geneesmiddel

Het geneesmiddel wordt gecontroleerd aan de hand van de
medicatieopdracht en het toedienetiket. Hierbij wordt gekeken naar het juiste
geneesmiddel, juiste dosering en juiste tijdstip.

Stap 2: Voorbereiden van de toediening

Er wordt gekeken naar de wijze van toediening,
intramusculair, intraveneus of subcutaan, de juiste toediensnelheid en de
verenigbaarheid met andere geneesmiddelen. Hierna wordt de toediensnelheid
berekend. Al deze informatie is te vinden in het handboek parenteralia of het
instellingsprotocol. Bij een geringe voorbereiding worden sneller fouten
gemaakt.

Stap 3: Verzamelen en klaarleggen van de benodigde materialen en het
controleren van het toedienetiket

Het toedienetiket wordt gecontroleerd op de twee
controleparafen. Het geneesmiddel wordt klaargelegd met de benodigdheden voor
het toedienen. Wat hiervoor nodig is, is te vinden in het protocol.

Stap 4: Identificeren van de patiënt

Het controleren van de juiste patiënt kan digitaal gedaan
worden door het scannen van het polsbandje. Een andere (meest gebruikte) optie
is het controleren van de geboortenaam, geboortedatum en het patiëntnummer.

Stap 5: Controleren door tweede persoon

De tweede persoon checkt de juiste medicatieopdracht,
geneesmiddel, dosering, toedieningsweg, toedieningssnelheid, patiënt en het
tijdstip.

Stap 6: Desinfecteren van handen en toepassen van hygiënemaatregelen

Het desinfecteren van de handen gaat volgens de richtlijn
van de WIP (2007). Net als bij het klaarmaken gelden dezelfde regels betreft
handhygiëne, disposable handschoenen en schone werkkleding.

Stap 7: Aansluiten

Het geneesmiddel wordt in deze stap toegediend. De
toediensnelheid wordt elektronisch vastgelegd. Het is belangrijk dat de
toediensnelheid onder alle omstandigheden makkelijk afleesbaar is.

Stap 8: Evalueren

Hier wordt gekeken naar de verwachte werking van het
geneesmiddelen en de mogelijke bijwerkingen. Ook wordt er gelet op extravasatie
(buiten het bloedvat lopen). Bij nieuwe medicatie dient er gekeken te worden
naar de reactie van de patiënt op het geneesmiddel.

2.3 Conclusie

Het VMS-handboek ‘high risk medicatie’ is erg duidelijk en
overzichtelijk. De informatie wordt in eenvoudige zinnen gegeven waardoor er
geen verkeerde interpretaties ontstaan. De stappen die gemaakt moet worden zijn
uitgebreid weergeven, waardoor duidelijk wordt waarom bepaalde stappen
uitgevoerd moeten worden. Het gebruik van een landelijke richtlijn/handboek
wordt door verschillende onderzoeken aangeraden (Stoopendaal & De Bree,
2014; Tromp, Natsch & Van Achterberg, 2009). Door een landelijke richtlijn
wordt er in alle ziekenhuizen actief aan preventie gewerkt, zelfs als het nog
niet van toepassing is (primaire preventie).

Hoofdstuk 3 Deventer Ziekenhuis

In dit hoofdstuk staat beschreven hoe het VMS-thema in het
Deventer ziekenhuis (mesoniveau) wordt gerealiseerd. Het Deventer ziekenhuis is
in 2008 aangesloten bij het VMS. Zij hebben tot 2012 de tijd gekregen om de
thema’s op de werkvloer te implementeren.

3.1 Implementatie

In 2008 heeft het Deventer ziekenhuis zich aangesloten bij
het VMS. Er zijn toen protocollen opgesteld voor de verpleegafdelingen. Uit het
rapport van de inspectie van de gezondheidszorg uit juli 2016 bleek dat het
Deventer ziekenhuis niet voldeed aan de eisen. Voornamelijk de dubbelcheck werd
niet volledig uitgevoerd, deze moet aan bed maar dit gebeurde vaak bij de
computer. Daarnaast waren de medicatieruimtes vaak niet opgeruimd (Nivel, 2016).
Het ziekenhuis heeft naar aanleiding van het rapport actie ondernomen. Er is
een stuurgroep en werkgroep opgericht om het VMS-thema volledig na te leven. De
stuurgroep bestaat uit de apotheker en de operationeel managers van de
verpleegafdelingen, de kliniek en de apotheek. De werkgroep bestaat uit een
aantal afgevaardigden van de afdelingen. De werkgroep zorgt voor de uitvoering
in de praktijk. Zij checken of het protocol wordt uitgevoerd en welke obstakels
er zijn bij de uitvoering. Dit wordt teruggekoppeld naar de OM’er, de OM’er
neemt dit mee naar de stuurgroep. De stuurgroep is verantwoordelijk voor het opstellen
en bijhouden van het protocol en oplossingen te vinden voor de obstakelpunten.

Elke afdeling heeft een aandachtsvelder die de uitvoering in
de praktijk evalueert en die een aanspreekpunt is voor vragen. Daarnaast gaat
de aandachtsvelder één keer in de drie maanden naar een andere afdeling om te
checken of protocol wordt nageleefd. De apotheek doet twee keer in het jaar
dezelfde controle op de afdelingen.

Na aanleiding van het rapport zijn alle werknemers op de
hoogte gebracht door een brief. Ook werd iedereen verplicht gesteld om een
scholing te volgen en de e-learning te maken. Bij de scholing is er aandacht
besteed aan de VIM-meldingen. De verpleegkundigen bleken niet bewust te zijn
van de hoeveelheid fouten die er gemaakt werden met medicatie. Het bleek dat de
dubbelverificatie vaak niet gedaan werd vanwege de verhoogde werkdruk. Sinds de
verpleegkundigen opnieuw bewust zijn gemaakt van het belang van de dubbelcheck,
gebeurt dit ook vaker maar de tijdsdruk blijft nog een belemmering. Het
Deventer ziekenhuis werkt hieraan door de dubbelcheck via medische apparatuur
over te laten nemen. Zo is ziekenhuis gestart met het gebruik van de MED-eye,
een apparaat die de medicijnen scant. Daarnaast kan aan de hand van de QR-codes
op vooraf klaargemaakt medicatie, zoals fraxiparine, gescand worden door de QR-code.
Dit systeem kan nog niet gebruikt worden bij de zelf klaargemaakte
parenteralia.