Hoe weer door de linker hartkleppen, in de

Hoe
werkt het hart?

In
het hart zitten 4 holle ruimtes deze ruimtes zorgen ervoor dat heel
jou lichaam voedingstoffen krijgt en zuurstof. Het bloed gaat 2 keer
naar het hart, dit noem je de dubbele bloedsomloop. Dat word de grote
bloedsomloop en de kleine bloedsomloop genoemd.

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

Het
pompen van het hart

Het
begint bij de rechterboezem, daar gaat het bloed heen dat zuurstofarm
is. Daarna gaat de rechterhartklep open (die klep zorgt ervoor dat
het bloed niet de verkeerde richting op gaat stromen) en komt het
bloed vervolgens in de rechterkamer terecht. Vervolgens word het
zuurstofarme bloed door de rechterkamer in de longslagader gepompt.
Dit bloed gaat dan naar de longen waar het zuurstofarme bloed
koolstofdioxide afgeeft en zuurstof opneemt. Van de longen gaat het
zuurstofrijke bloed via de longader weer terug naar het hart dan komt
het terecht in de linkerboezem. Het zuurstofrijke bloed gaat nu weer
door de linker hartkleppen, in de linkerkamer deze heeft een dikkere
spierlaag om het door de aorta heen te duwen want dit bloed moet door
het hele lichaam. Gemiddeld pompt het hart zo’n 4 tot 5 liter bloed
door ons lichaam per minuut.

In
ons lichaam zit een uitgebreid vaat stelsel om het bloed te
vervoeren, er zijn 3 soorten bloedvaten:

Slagaders:
Deze vervoeren zuurstofrijk bloed van het hart naar het hele lichaam.
Met als enige uitzondering de longslagader die vervoert zuurstof arm
bloed naar de longen. Slagaders
hebben een dikke, elastische wand, waarmee ze de druk die op de
vaatwand staat goed op kunnen vangen.
De
aorta of grote lichaamsslagader is het grootste bloedvat van het
lichaam. De aorta vertakt zich tot steeds kleinere bloedvaten en
uiteindelijk tot haarvaten. Het hart krijgt zuurstof en
voedingsstoffen via de kransslagaders. Deze slagaders liggen als een
krans rond het hart.

Aders:
Aders
vervoeren bloed terug naar het hart, het bloed bevat namelijk
koolstofdioxide en andere afvalstoffen en natuurlijk te weinig
zuurstof. Aders staan minder onder druk dan slagaders en hebben
daarom een dunnere wand. Ook bevatten aders kleppen om het bloed niet
de verkeerde kant op te laten stromen.

Haarvaten:
Haarvaten
zijn kleine bloedvaatjes die rondom de organen liggen ze geven
zuurstof en voedingstoffen aan de organen en nemen afvalstoffen op en
voeren die af.

5
Welke
problemen zijn er met het hart?
Hart-
en vaatziekten zijn een belangrijke doodsoorzaak in Nederland. Een
derde van alle mensen die dood gaan, sterft
aan een hart- of vaat-ziekte. Dat zijn er in Nederland jaarlijks
ongeveer 45.000. Als
we bij problemen bij het hart gaan kijken zijn het er eigenlijk nog
best veel maar de meeste zijn goed te behandelen en is er eigenlijk
niks aan de hand als je de juiste zorg krijgt teminste.
Als eerste hebben kunnen mensen een aangeboren hartafwijking hebben.
Of kan het spontaan voorkomen dat gebeurt meestal bij ongezond
levensstijl maar welke problemen zijn er zowel met het
hart? Bij mensen met een hartritmestoornis is er iets mis met de
vorming van de elektrische prikkel of met de geleiding van die
prikkel. Het hart gaat dan te snel, te langzaam of
onregelmatig kloppen. Er zijn verschillende soorten
hartritmestoornissen
de meest voorkomende zijn boezemfibrilleren,
boezemflutter,
Zieke sinusknoop en
AV-blok. AVNRT en WPW-syndroom.

Boezemfibrilleren
Boezemfibrilleren
ook wel antriumfibrilleren is een veel voorkomende hartritmestoornis
die vooral voorkomt bij ouderen, hierbij is de hartslag meestal
onregelmatig en meestal te hoog. Boezemfibrilleren is niet
levensbedreigend maar het word wel behandeld om schade aan het hart
te voorkomen. Bij een normaal hartritme ontstaat een elektrische
prikkel in de sinusknoop. Deze prikkel verspreidt zich daarna over de
boezems. Bij boezemfibrilleren ontstaan de elektrische prikkels niet
op een plek maar op meer plaatsen in de boezems. Dit zorgt voor veel
kleine elektrische stroompjes die niet op de juiste plaats komen. Dit
hartritme kan twee keer zo hoog oplopen tot 150 slagen per minuut.
Boezemflutter
Boezemflutter
is een hartritmestoornis waarbij de boezems zo’n 300 keer per
minuut samentrekken Dit is niet levensbedreigend maar moet ook
behandeld worden. Boezemflutter lijkt op boezemfibrilleren. Alleen
bij boezemfibrilleren is het ritme chaotisch. Bij boezemflutter is er
een regelmatig ritme. Alleen is dit wel extreem hoog wel 120 tot 170
slagen per minuut. Dit komt door de AV-knoop normaal laat die alle
elektrische prikkels door alleen bij boezemflutter is dit de helft.
Dat heet 2-op-1 geleiding.

Zieke
sinusknoop

De
sinusknoop is een groepje cellen in de rechterboezem. Deze cellen
regelen de snelheid waarmee het hart klopt. Bij het zieke sinus
syndroom geeft de sinus knoop meestal te weinig prikkels af en is het
hartritme te langzaam. Het komt voor dat de sinusknoop afwisselend
teveel en te weing prikkels geeft, waardoor het hart op het ene
moment heel langzaam slaat en het andere moment heel snel. De
oorzaken zijn door ouderdom of door bepaalde medicijnen, maar soms is
de oorzaak onbekend.
AV-blok
AV-blok
(atrioventriculair blok) is een hartritmestoornis die redelijk vaak
voorkomt. Er gaat dan iets mis in de AV-knoop van het hart. Hierdoor
vertraagt de hartslag. Bij een normaal hartritme ontstaat er een
elektrische prikkel in de sinusknoop. Vanuit daar verspreidt de
prikkel zich over beide boezems richting de AV-knoop.
6
Hier
wordt de prikkel even vastgehouden. Daarna verspreidt de prikkel zich
over de hartkamers. Bij een AV-blok houdt de AV-knoop de elektrische
prikkel langer vast dan normaal. Het hartritme word dan vertraagd.

AVNRT

In
de AV-knoop kan er een tachycardie gebeuren (een versneld hartritme
gebeuren). De meest voorkomede is AVNRT, de afkorting voor
AtrioVentricular Nodal Re-entry Tachycardie, ook wel re-entry
tachycardie in de AV-knoop. De term re-entry lijkt op een soort
elektrische rotonde in de AV-knoop. Deze rotonde ontstaat door een
extra bundel cellen naast de cellen van de AV-knoop, waardoor de
elektrische prikkel in een cirkeltje blijft ronddraaien. Daardoor
worden de boezems en de kamers in een hoog ritme aangezet tot
samentrekken. AVNRT komt meer voor bij vrouwen (75 procent) dan bij
mannen (25 procent). De hartritmestoornis kan plotseling voor en kan
ook plotseling weer verdwijnen. AVNRT kan hinderlijk zijn, vooral als
de hartritmestoornis zich regelmatig voordoet.

WPW-syndroom

Het
WPW-syndroom werd voor het genoemd door drie Amerikaanse artsen:
Louis Wolff, John Parkinson en Paul Dudley White. Het WPW-syndroom is
een hartritmestoornis die wordt veroorzaakt door een extra bundel
geleidende cellen in het weefsel tussen boezems en kamers. Wat er
gebeurd is een alternatieve route voor de elektrische prikkel om van
de boezems naar de kamers over te springen. Dat kan het hartritme
veranderen, want de AV-knoop houdt de prikkel een fractie van een
seconde tegen, maar de alternatieve route niet. Die laat de prikkel
op volle snelheid door. Het resultaat is dat de kamers te vroeg
worden geprikkeld waardoor het hartritme abnormaal kan versnellen.
Daarnaast kan het hartritme ook worden verstoord doordat de
elektrische prikkel in een cirkelbeweging via de alternatieve route
weer terugspringt naar de boezems.

Hart-
en vaat ziekte voorkomen

1.
stop met roken

Door
roken krijg je slagader verkalking als tot een verhoogde bloeddruk.
Na het stoppen met roken is het kans op het krijgen van hart- of
vaatziekten binnen een half jaar enorm gedaald.

2.
voeding

Verzadigd
vet verhoogt het cholesterolgehalte in je bloed. Te vette
voeding
kan daardoor slagaderverkalking veroorzaken. Bovendien kun je er een
te hoge bloeddruk van krijgen. Teveel zout in de voeding verhoogt de
bloeddruk.

Kies
daarom bewust voor een gezonde voeding.

3.
Zorg voor voldoende beweging

Met
voldoende beweging voorkom je de kans op hart-en-vaatziekten. Daarom
moet je regelmatig sporten.

Je
hoeft niet perse te sporten maar bewegen is vooral het belangrijkste
dat houd in: wandelen,fietsen en in de tuinwerken. Iedere dag een
half uurtje bewegen is genoeg.

7
Wat
is de pacemaker en wanneer is die nodig?
De
pacemaker is een apparaatje dat ervoor zorgt dat het hart goed in een
ritme blijft kloppen. Het zorgt meestal voor als iemand een te sloom
ritme heeft.
Wie
heeft de pacemaker nodig
Mensen
met een te traag hartritme dat kan komen door sick sinus syndroom,
AV-blok en boezemfibrilleren. Alleen bij boezemfibrilleren zorgt de
pacemaker ervoor dat de kamers in het juiste ritme samentrekken. Voor
mensen met hartfalen is er een speciale pacemaker die ervoor zorgt
dat de kamer meer synchroon samentrekken
(cardiale
resynchronisatietherapie CRT).

Soorten
pacemakers
De
pacemaker bestaat al sinds 1932. dit was een pacemaker die uitwendig
was deze lag on een rijdend karretje. In 1958 was er de eerste
inwendige pacemaker en deze werk ook gebruikt. De technologie achter
pacemakers gaat steeds sneller ze worden kleiner en de instellingen
word meer uitgebreid. In december 2012 was de eerste draadloze
pacemaker geplaatst.
Tegenwoordig
zijn er 5 verschillende soorten pacemakers:
1.
AAI-pacemaker
2.
VVI-pacemaker
3.
DDD-pacemaker
4.
CRT(Cardiale resynchronisatietherapie)
5.
ICD

Plaatsen
van een pacemaker
Het
plaatsen van een pacemaker is vrij eenvoudig, zo’n operatie duurt
rond de 1,5 tot 2 uur. De pacemaker wordt vaak linksboven onder de
huid geplaatst. Je krijgt meestal een plaatselijke verdoving en bent
bij kennis. Wel
krijg je rustgevende medicijnen en pijnstillers. Een cardioloog maakt
een snee van 5 tot 10 cm diep onder de huid op de plek waar de
pacemaker moet komen. Daar maakt hij een holte onder de huid, waarin
hij de pacemaker plaatst. Daarna schuift
hij de elektrodedraden naar de juiste plek in het hart. De
uiteinden van de draden haken vast aan de binnenzijde van de
hartwand. De andere kant van de elektrodedraden worden aan de kop van
de pacemaker vastgemaakt. Dan stelt de pacemakertechnicus de
pacemaker in en controleert hij of de pacemaker goed werkt.

Na
de behandeling
Na
een paar weken moeten de elektroden tijd krijgen om vast te groeien
aan het hart. Daarom moeten moeten mensen zich aan de volgende regels
houden:
1.
Probeer rekken strekken en ronddraaiende bewegingen te vermijden.
2.
Doe niet aan zwaar werk met je armen en til geen zware objecten op.
3.
Probeer
er op te letten dat je arm niet achter je lichaam komt. Bijvoorbeeld
bij het aantrekken van een jas.
4.
Draag geen knellende kleding omdat de wond dan kan irriteren.
8
Nadat
de pacemaker is geplaatst, is er regelmatig controle nodig. De
pacemakertechnicus test de pacemaker als het nodig is. De cardioloog
let op de medische controle van het hart.

Vervangen
van de pacemaker
De
batterijen van de pacemaker gaat van 5 tot 10 jaar mee. Bij controles
ziet de arts wanneer de batterij leeg raakt. Als de pacemaker leeg is
moet hij vervangen worden (het kastje). Het vervangen van de
pacemaker kost niet veel moeite. Dan blijven de elektrodraden zitten
en worden aan het nieuwe kastje aangesloten.
Verstoren
van de pacemaker

Tegenwoordig
zijn pacemakers goed beschermd tegen invloeden van buitenaf. Toch kan
een sterk elektromagnetisch veld de pacemaker storen. Als de
pacemaker in zo’n veld terecht komt is dit meestal maar tijdelijk
want je loopt na een tijdje wel weer weg. Dan werkt de pacemaker
gewoon weer normaal.